Spastische darm Syndroom

Spastische darm ofwel het Prikkelbare darmsyndroom

Het spastische darm syndroom wordt ook wel het prikkelbare darmsyndroom (PDS) genoemd.
Het gaat bij dit syndroom over een chronische darmstoornis, dit houdt in dat de beweeglijkheid van het darmstelsel chronisch is verstoord.
De darmen zorgen er normaal gesproken voor dat het voedsel wordt gekneed en dat het wordt getransporteerd.
Maar bij het spastische darm syndroom gaat het anders, dan gaan de bewegingen van de darm te snel, of ze gaan juist te langzaam.
De meest voorkomende klacht die hierbij hoort is de buikpijn.
Het gaat vaak ook samen met een afwijkende stoelgang.
Het kan zijn dat de klachten afnemen na de stoelgang, maar dat is niet altijd het geval.
De klachten kunnen ook veranderen wanneer de ontlasting gaat veranderen, maar ook daar is niet altijd sprake van.
Omdat het niet altijd duidelijk is wat er aan het spastische darm syndroom gedaan kan worden, heeft dat een grote invloed op je dagelijkse leven.
De mensen die het spastische darm syndroom hebben krijgen vaak te maken met onbegrip en met maatschappelijke problemen.
Aan de buitenkant zie je niet dat iemand het spastische darm syndroom heeft, en als je hier zelf geen ervaring mee hebt dat denken mensen vaak dat het wel mee valt, maar het is een vervelend syndroom.
Daarbij komt nog dat er geen specifieke oorzaken bekend zijn, daarom worden het ook wel de onverklaarde buikklachten genoemd.

Symptomen spastische darm syndroom

De klachten van het spastische darm syndroom zijn verschillend, maar er zijn wel drie klachten die als hoofdklachten gezien kunnen worden.
Het gaat dan over de buikpijn, het afwijkende ontlastingspatroon en de gasophoping.
Dit laatste vindt plaats in de maag en de darmen.
Dit uit zich respectievelijk als boeren en winderigheid.
De diagnose wordt vastgesteld aan de hand van de klachten, dit kan soms even duren omdat er ook andere aandoeningen zijn met praktisch dezelfde klachten.
Het is belangrijk dat er goed onderzoek wordt gedaan naar de klachten, zo kan men samen kijken naar mogelijke oplossingen.
Er kunnen bijvoorbeeld medicijnen worden gegeven, maar je kunt iemand ook gaan onderzoeken op basis van voeding en daar veranderingen in aanbrengen.
Er zijn behandelmogelijkheden genoeg, maar eerst moet worden vastgesteld wat de precieze klachten zijn, wat de mogelijke oorzaken kunnen zijn en dan kan er worden behandeld.